Programmatoelichting 11 december 2016

Jong Talent

Gideon Klein (1919-1945) – Strijktrio

Het strijktrio van Gideon Klein ontstond in het zogenaamde ‘model’ kamp Theresiënstadt (Terezina). De oorspronkelijke bewoners van deze Tsjechische garnizoensstad, zo’n 60 km noordelijk van Praag, werden door de nazi’s vanaf 1941 geleidelijk geëvacueerd. Joodse kunstenaars en intellectuelen werden in dit doorgangskamp tijdelijk geïnterneerd. Hoewel de leefomstandigheden in dit overbevolkte concentratiekamp erbarmelijk waren, liet de bezetter culturele activiteiten toe. Zo konden de bewoners musiceren, toneelspelen en creatief en kunstzinnig bezig zijn. De vier meest bekende Tsjechische componisten die in Terezina gewerkt hebben zijn: Pavel Haas, Gideon Klein, Hans Krása en Viktor Ullmann. Van de jongste van hen, Gideon Klein, een buitengewoon talentvolle pianist/componist, is uit die periode – behalve enkele atonale pianosonates en liederen – een bijzonder fraai strijktrio uit 1944 bewaard gebleven. Klein werd in 1944, twee weken na het ontstaan van dit trio naar Auschwitz gedeporteerd. Hij overleed in januari 1945 onder nooit opgehelderde omstandigheden bij de liquidatie van kamp Fürstengrube.
De stijl van het driedelige werk is die van Janáček en Béla Bartók. Het koloriet van het openingsdeel, Allegro, is onmiskenbaar Tsjechisch. Vrolijk kan je de muziek niet noemen, maar de energie spat er wel van af. Het middendeel, Lento, bestaat uit een Moravische volksmelodie en een serie variaties op het thema. Het dynamische derde deel, Molto vivace, is al even volks getint, als het openingsdeel.

Ludwig van Beethoven – Strijktrio in G opus 9/1

Ludwig van Beethoven wist zich zijn leven lang omringd door adellijke begunstigers. Het strijktrio in G, dat Van Beethoven in 1798 tezamen met twee andere strijktrio’s als opus 9 publiceerde, droeg hij bijvoorbeeld op aan graaf Johann Georg von Browne, een van de gulste mecenassen uit de groep aristocraten rond de Nederlandse diplomaat baron Van Swieten. Van Beethoven kreeg zelfs een paard van Browne cadeau, waarop hij waarschijnlijk zelden heeft gereden. Hij wandelde liever zelf, licht voorovergebogen, de handen op de rug.
Zoals gezegd: de drie vierdelige strijktrio’s opus 9 zijn niet te beschouwen als vingeroefeningen voor de strijkkwartetten die daarna volgden. Allerminst niemendalletjes! Het eerste trio opent met een voornaam Adagio. Na deze inleiding volgt een gedegen Allegro con brio. Het Adagio ma non tanto e cantabile zingt aanvankelijk lief en luchtig, maar wordt allengs ernstiger van stemming. Het energieke Scherzo. Allegro heeft iets van een dorpsachtig hopsa, heisasa. De finale, Presto, raast als een perpetuum mobile in sneltreinvaart voorbij.

Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) – Strijkkwintet nr. 2 in Bes opus 87

Felix Mendelssohn-Bartholdy was in staat onweerstaanbaar vrolijke muziek te schrijven. Zit je in de put en wil je eruit klauteren, luister dan bijvoorbeeld naar het openingsdeel van zijn Italiaanse Symfonie. Of zet een cd op met het eerste deel van het beroemde strijkoctet in Es uit 1826. Het Allegro vivace van het 2e strijkkwintet uit 1845 is ook zo’n aanrader! Hoe is het te verklaren dat Mendelssohn telkens in staat was zulke opgewekte muziek te componeren? De 36-jarige componist was zeker in de zomer van 1845 allesbehalve fit. Hij ging naar eigen zeggen zwaar gebukt onder de druk van de talloze verplichtingen in Leipzig en Berlijn. En toch vloeiden uit zijn elegante pen regelmatig op-en-top blijmoedig gestemde composities, die pure ‘joie de vivre’ uitstralen. Hoewel er bijna twintig jaren liggen tussen het ontstaan van het octet (en het kort nadien gecomponeerde 1e strijkkwintet), is de sfeer van het kwintet opus 87 en het vroege octet opus 20 nagenoeg identiek. En hetzelfde geldt voor het een jaar eerder in hetzelfde vakantieoord Bad Soden aan de voet van de Taunus voltooide immens populaire vioolconcert in e. Het luchthartige van de muziek van Mendelssohn lijkt moeilijk te rijmen met de ernstige levenshouding en broze lichamelijke conditie van de componist. Of  ontsproot in 1845 de blijdschap aan de geboorte van Lili, hun vijfde kind, dat vrouw Cécile dat jaar ter wereld bracht? Zou best kunnen. Maar… nog geen twee jaar later overleed de maestro, uitgeput van de zware arbeid en terneergeslagen als gevolg van de dood van zijn zeer beminde zus Fanny.
Het strijkkwintet nr. 2 is gezet voor twee violen, twee altviolen en een cello. Na het jubelende Allegro vivace volgt een uiterst precieus Andante Scherzando. Iets van zwaarmoedigheid klinkt door in het Adagio e lento. Dit deel is bepaald geen salonfähig Lied ohne Worte, eerder een onheilzwangere overpeinzing. De primarius speelt de melodie, terwijl de andere stemmen de sombere ondertonen produceren. Het strijkkwintet eindigt met een qua stemming nog al wisselend  Allegro molto vivace, waarover Mendelssohn volgens zijn vriend Ignaz Moscheles zelf niet bijster tevreden was. Misschien was dat wel de reden waarom de componist talmde met de publicatie van het strijkkwintet. Het werk werd postuum uitgegeven

Han van Tulder (www.hanvantulder.nl)

adminProgrammatoelichting 11 december 2016