Johann Sebastian Bach (1685-1750) – Engelse suite nr. 2 in a, BWV 807

Een suite is een uit Frankrijk afkomstige meerdelige compositievorm. Meestal voorafgegaan door een voorspel (prelude) volgt een reeks van gevarieerde muzikale bewegingen in de stijl van gestileerde Europese dansen.
Waarom de zes suites voor klavier, BWV 806-811, die Johann Sebastian Bach omstreeks 1715 in Weimar componeerde, als ‘Engelse suites’ te boek staan, is eigenlijk onbegrijpelijk. Qua inhoud en qua vorm zijn deze ‘Engelse’ suites feitelijk Franser van aard dan de serie van zes zogenoemde ‘Franse’ klaviersuites, BWV 812-817, die vermoedelijk rond 1722 in Köthen zijn ontstaan. Zoals zo vaak in de muziekhistorie zijn diverse verklaringen voor zulk een  ongerijmdheid bedacht, maar geen daarvan is echt steekhoudend. Deze ‘Europese’ muziek, zowel gespeeld op een klavecimbel als op een moderne piano, is er niet minder om.
De tweede ‘Engelse’ suite in a klein begint dus met een vingervlugge Prelude in Franse stijl: parmantig, gepunteerd. De openingsdans is een beweeglijke Allemande, beetje statig conform het Duitse karakter. Dan volgt een sierlijk vloeiende Courante, van origine Frans. De derde dans in deze suite is een Spaanse Sarabande, met als toevoeging Les agréments de la même Sarabande. Langzaam en voornaam voortschrijdend. De Franse, volkse Bourrée I en II worden als een driedelige da capo aria gespeeld (dus I-II-I). Alleen de laatste bokkenspringerige dans, een Gigue, heeft echt een Angelsaksische oorsprong.

Ludwig van Beethoven (1770-1827) – Pianosonate nr. 7 in D, opus 10/3

Ludwig van Beethoven was en bleef tegen wil en dank tot aan zijn dood toe vrijgezel. Hij maakte er een gewoonte van telkens weer verliefd te worden op dames, ver verheven boven zijn maatschappelijke status. Welke zichzelf respecterende vrouw van stand zou zich ertoe lenen om een duurzame en intieme relatie aan te gaan met een muzikant? Geen een! Het verlangen naar het onbereikbare – trouwens een typisch trekje van de romantiek – zat kennelijk in ‘s mans karakter besloten. Daarbij kwam nog zijn dikwijls uitgesproken onbehouwen gedrag jegens vrouwen. Iedere potentieel ‘onsterfelijke’ dan wel ‘ferne’ geliefde vervreemdde hij van zichzelf. Het werd dus nooit iets met zijn verliefdheden, hoe volhardend en hardleers der Ludwig in dit opzicht ook was…
Zo had Van Beethoven in de beginjaren, 1795-1798, van zijn verblijf in Wenen een oogje op gravin Anna Margarete von Browne laten vallen.  Zij was de echtgenote van Johan Georg graaf Von Browne, een belangrijke begunstiger van de jonge componist. Von Browne was een wonderlijke man, van origine Iers, officier in het Russische leger en welgesteld. Deze mecenas hielp de jongeman uit Bonn niet alleen financieel, hij schonk hem ook een paard. Het geld was welkom, het paard heeft Van Beethoven nooit bereden. Hij schijnt het beest zo spoedig mogelijk als betamelijk was van de hand te hebben gedaan. Voor mevrouw Von Browne componeerde Van Beethoven diverse pianowerken, waaronder de drie sonates opus 10.
De innerlijke turbulenties waartoe al die avances leidden, vonden een uitweg in de muziek. De stemmingen van de Pianosonate in D opus 10/3 meanderen van ‘himmelhoch jauchzend bis zum Tode betrübt’. Het rusteloze uitdrukkingspallet van het eerste deel, Presto, verschiet van stralend euforisch tot donderend depressief. Pianistisch briljant! Het tweede deel, Largo e mesto, is ronduit zwaarmoedig van karakter. De melodie zingt als het ware ‘dat juist mij dat nu moet overkomen…’ In strijd met al deze droefenis kan het een tikje luchthartiger Menuetto nauwelijks de duistere zinnen verzetten. ‘Kop op man’ zou het motto van het trio kunnen zijn.  In het grillige slotdeel, Rondo allegro, passeren alle gemoedsstemmingen nogmaals de revue.

Franz Liszt (1811-1886) – Etude d’exécution transcendante nr 10 in f, S 139

Veel componisten van pianomuziek hebben zich uitgedaagd gevoeld om in navolging van Bach bundels met originele stukken in alle 24 verschillende majeur en mineur toonsoorten samen te stellen. Wat Bach kan, dat kan ik ook, misschien zelfs wel beter, zo dacht de jonge klavierleeuw Franz Liszt. In 1826, nog geen vijftien jaar oud, begon de vermetele Hongaar op instigatie van zijn leermeester Carl Czerny aan een cyclus ‘Études en 48 exercises dans tous les tons majeurs et mineurs’. Liszt voltooide de eerste tien oefeningen in een mum van tijd. Echter, dit waren slechts korte simpele stukjes die (nog) lang niet voldeden aan het hooggestemde ambitieniveau van de componist. Nee, de cyclus moest ‘trancendante’ (bovenmenselijke) eisen aan de pianist stellen. Eigenlijk alleen uitvoerbaar door Liszt zelf. De duivelskunstenaar in spe was over zijn opus 1 bepaald niet tevreden. De overige oefeningen heeft hij maar laten zitten. Na jaren voortborduren op het oorspronkelijke idee toverde Lizst in 1837, op het hoogtepunt van zijn pianistische carrière, een formidabele serie van twaalf  ‘Études d’exécution transcendante’ uit de hoge hoed. Zo wilde hij het hebben! Of, toch nog beter. In 1852 verscheen een herziene uitgave, die ten koste van de meest extreme technische eisen meer recht doet aan de poëtische lading van de compositie. Dat is de definitieve versie geworden.
De tiende etude in f heeft geen titel. Het is een spectaculair Allegro agitato molto in sonatevorm, gebaseerd op twee contrasterende melodieën, de ene opgewonden, de andere dweperig.

César Franck (1822-1890) – Sonate voor piano en viool in A, opus 8

Hoewel als pianist een wonderkind, was César Franck als componist een typische laatbloeier. Pas op 64-jarige leeftijd componeerde hij bij gelegenheid van het huwelijk van zijn jonge landgenoot, de Belgische vioolvirtuoos Eugène Ysaÿe, zijn beroemde sonate in A. De vier delen zijn thematisch hecht aan elkaar verbonden door één gemeenschappelijk basismotief, het ‘idee-fixe’. Zodoende ontstaat een cyclische verbondenheid, die ook andere, latere werken van Franck tot zo’n opmerkelijke eenheid smeden.
In het eerste deel, Allegretto moderato, opent de piano vragend. ‘Wil je met me trouwen? Zie je het met me zitten?’ De viool antwoordt met het liefdevolle hoofdthema ‘Ja ik wil, ik hou van jou’, en dat in alle toonaarden. Dit is het ‘idee-fixe’, dat door de hele sonate blijft doorklinken en waarvan de volgende melodische ontwikkelingen alle zijn afgeleid. Het zangerige thema bevat een reeks lyrische strofen, die elke hardheid in ieders ziel onmiddellijk doen verweken. Alles wordt vloeiend en zacht. De piano juicht in het neventhema. ‘Als dat zo is, dan word ik je vrouw.’ Er volgen allerhande variaties op het ‘ik hou van jou’-thema. Het neventhema klinkt uitsluitend in de piano. De viool lijkt in de laatste maten definitief het huwelijksgeluk te bekrachtigen. Het tweede deel, Allegro, is opgebouwd uit drie themagroepen. De eerste is hartstochtelijk. De piano zuigt de viool als het ware mee in de maalstroom van de passie. De tweede themagroep is lyrisch gestemd; geleidelijk komt ook de onrust in de pianopartij tot bedaren. In lange frasen zingt de viool het derde thema, een liefdeslied, kalm begeleid door de partner aan de piano. Het deel lijkt dan ten einde, maar dat is bedrog. De gepassioneerde hartstocht herneemt zijn loop en verdringt goeddeels de beide andere themagroepen. Wanneer de partners uitgeraasd zijn, zingt de viool nog eenmaal zijn liefdeslied. Een onstuimige slotcoda sluit dit energieke deel af. Het derde deel bestaat uit twee episoden. De eerste episode is een Recitativo, een soort cadens waarin tweemaal achter elkaar eerst de viool en daarna de piano genegenheidsverklaringen jegens elkaar afleggen, terwijl daarbij voortdurend het ‘idee-fixe’-motief doorklinkt. Na de recitatiefepisode vervolgt de muziek in een Molto lento-tempo het pad van de geliefden. De melodie in de viool, begeleid door versieringen in de piano, ademt een rustige, gelukzalige sfeer. Het ‘ik hou van jou’- thema uit het eerste deel is niet ver weg. Plots klinkt het in bijna ongewijzigde vorm, bij wijze van spreken als een herinnering aan hoe het allemaal begon. ‘Ja, zo was het en zo is het’, klinkt het tevreden tot besluit. Het Allegretto poco mosso is een virtuoos rondo, waarin het refrein een heerlijk zangerige melodie is, die de klankkleuren van de viool en de piano prachtig doet versmelten. In de coupletten speelt Franck op vernuftige wijze met het thematische materiaal uit de vorige delen. Natuurlijk ontbreekt het ‘ik hou van jou’-thema daarbij niet. Verrukkelijke muziek!!

Han van Tulder (www.hanvantulder.nl)

 

adminProgrammatoelichting 18 januari 2015